dinsdag 11 april 2017

Gemeenschap met de triomferende kerk

Wanneer God een zondaar trekt, krijgt hij niet alleen een band met Christus maar ook een band met de heiligen, met Gods kinderen. Lezen we Hebreeën we Hebreeën 12: waar wordt ge-sproken over de geesten van de volmaakt rechtvaardigen dan mogen wij als het gaat om de gemeenschap der heiligen daarbij ook de heiligen voor Gods troon betrekken.
Wat de heiligen voor Gods troon precies weten van Gods kerk hier op aarde is ons niet bekend. In ieder geval hebben wij hun voorbede niet nodig. Dat sluit echter niet uit dat wij een band met hen mogen hebben. Dan denk ik niet alleen aan de bijbelheiligen, aan mannen en vrouwen uit de kerkgeschiedenis maar ook aan kinderen van God die wij persoonlijk hebben gekend en inmid-dels in Christus zijn ontslapen.
Bij het gebruiken van het Heilig Avondmaal maar ook op een be-grafenis van één van Gods kinderen kan het heimwee om samen met de heiligen voor Gods troon Gods lof te bezingen soms heel groot zijn. Dan wordt de band met die heiligen bijzonder gevoeld. Het kan ook bij andere gelegenheden. Zelf deed ik deze ervaring eens op bij een preekbeurt in Schoonrewoerd inmiddels al weer een behoorlijk aantal jaren geleden.
In Schoonrewoerd heeft van 1927 tot 1940 dhr. Van Leeuwen ge-staan. Dat was een getrouw godsgezant. Ik heb nog meerdere oudere mensen gekend die nog onder zijn prediking hebben gezeten en daar ook een zegen onder hebben ontvangen. Dhr. Van Leeuwen spreekt ook nog door de geschriften die hij heeft nagelaten.
In een dagboek uit zijn geschriften samengesteld kwam ik onder andere de volgende zin tegen: ‘Alle dingen bewegen zich naar de vaste lijnen in dat gemaakt bestek. Niets uit de mens, die viel overal buiten, maar al wat tot zaligheid dient in roeping, geloof en liefde.’
Dhr. Van Leeuwen was niet alleen een godvruchtig, maar ook een markant man. In de crisis­tijd moest hij eens doordeweeks ergens een spreekbeurt leiden. De penningmeester van de vereniging haalde hem op van de trein en sprak zijn verontschuldiging uit dat Van Leeuwen was uitgenodigd. Ik vrees, zo zei hij, dat wij u nau-welijks de reiskosten kunnen betalen. 
Van Leeuwen antwoordde dat de man nergens over in behoefde te zitten. ‘Als de Heere niet over­komt,’ zo zei hij, ‘is de preek die ik houd geen cent waar en als Hij wel overkomt is hij on­be­taalbaar.’ Dat laatste mocht overigens het geval zijn.
In de kerkdienst waarnaar ik reeds verwees, sprak over Efeze 3:18-19: ‘Opdat gij ten volle kondet begrijpen met al de heiligen, welke de breedte, en lengte, en diepte, en hoogte zij, En be­kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods.’ 
Nadat ik over de breedte, lengte diepte en hoogte van de liefde van Christus als zo­danig had gesproken, bracht ik naar voren dat zelfs de heiligen van alle eeuwen tot in alle eeuwigheid deze liefde niet kunnen omvatten. Denkend aan de heiligen voor Gods troon werd ik toen krachtig bepaald bij dhr. Van Leeuwen die zo getrouw in de gemeente van Schoonre­woerd had gearbeid en nu al zovele jaren juichte voor Gods troon. 
Hoewel ik hem nooit pers­oonlijk had ontmoet – hij was al overleden toen ik werd geboren – voelde ik die zondagavond tijdens de genoemde dienst een bijzondere band met hem. Zelfs zo dat ik niet zoals wel eens het geval is langer preekte dan normaal wanneer de Heere zo kennelijk aanwezig is, maar nu juist rond 19.45 uur de dienst besloot zo’n tien minuten eerder dan gebruikelijk.
Ik was zo overweldigd door de heerlijkheid van de dingen die ikzelf in mijn preek besprak, dat ik voelde dat hij verstandig was om te besluiten voordat ik echt niet verder zou kunnen. Als hier op aarde de ervaring van Gods liefde in Christus en de gemeen-schap der heiligen al zo groot is, wat moet het dan zijn om in het nieuwe Jeruzalem al Gods heiligen in heerlijkheid te zien. Het grootste zal zijn dat al de heiligen samen het Lam zullen mogen zien zoals Hij is.

zaterdag 1 april 2017

Arthur Hildersham: Prince among Puritans

Puritanism was a mighty movement of spiritual renewal in the Church of England. It arose among the Protestants who were critical of the Elizabethan Settle­ment of Religion. For con-science sake they could not confirm to certain ecclesiastically prescribed ceremonies as wearing the surplice, receiving the Lord’s Supper kneeling and making the sign of the cross at baptism. Puritan preachers desired not only a further refor-mation of the Church of England but also that the members of parochial churches would be godly Christians who manifested in their lives the marks of the children of God.
In the years between 1640 and 1660 not only episcopacy, but also monarchy was abolished. Now the government favored the Puritan movement. At the same time internal tensions among the Puritans especially with regard to church govern-ment came to the foreground. In 1662 most of the then living Puritans left the Church of England. The newly adopted Act of Uniformity made it impossible for them to remain. This so called Great Ejection marks the end of Puritan­ism as an ecclesiastical movement within the Church of England.
One of the great Puritans living before the period of the Civil War was Arthur Hildersham (1563-1632). He was related to the royal family. For that reason queen Elizabeth I spoke about him as ‘cousin Hilderham ’.In his own time he was ranked in the top of the godly ministers. His influence extended far beyond his pulpit and parish.
Through his writings - some of the published posthumously – this influence also went beyond his own lifetime. Several of them were translated in Dutch and strengthened the cause of the Dutch Further Reformation: a movement which aim was to promote experiential godliness in the Reformed Church of the Netherlands.
Until recently never a book length study of the life of Arthur Hildersham was written. Dr. Lesley A. Rowe, an associate fellow in the history department of the University of Warwick, remedied this deficiency. She has offered a well written and congenial account of her subject. She closes her biography with ten lessons form Hildersham for today. 
Hildersham was brought up in a staunch Roman Catholic family. He was an unlike convert. Certainly unaware of the spiritual convictions of its master, John Disborow, who was a committed Protestant and godly man, his parents send him to send to Saffron Walden School in Essex because of its high reputation.
When he was thirteen years Hildersham went to Christ College in Cambridge. Again Hilderham’s parents must have been unaware of the strong Protestant and Puritan influences in Christ College. In the 1570s and 1580s Christ College had a succession of godly masters: Edward Dering, William Perkins and Laurence Chaderton. 
The latter became a close friend of Hildersham. It seems likely that Hildersham was part of the group that met weekly with Chaderton for Bible study, prayer and discussion. Only fifteen years old Hildersham resisted the will of his father to train for the Roman Catholic priesthood in Rome.
We can see in the conversion of Hildersham the importance of godly educators but above all the strength of God’s grace. The same things are true in the 21th century. Hildersham started his career as lecturer in Ashby-de-la-Zouch (1587-1593). After-wards he became the vicar of St. Helen’s Church in Ashby (1593-1605). Just at the beginning of the reign of James I when stricter conformity of the ecclesiastical rules was encouraged, Hildersham was deprived of his benefice. He finally also lost his license to preach.
Three months after the death of James I he was relicensed, Again he became a lecturer in Ashby until his death in 1632. Rowe rightly notices that we can learn from the life of Hilderham that a minister of the gospel has not to despair when he is prevented from preaching (in our situation the causes can be entirely different). God used Hilderham mightily though the witness of his personal life as he continued to live among the people of Ashby.
Hildersham’s opinions on matters as wearing the surplice, receiving the Lord’s Supper kneeling and making the sign of the cross at baptism were not shared by all godly ministers. In the sixteenth and seventeenth century several ministers of the Church of England were Calvinist in doctrine, but did not share all Puritans emphazises.
Hilderham regarded these men as brethren in Christ and conversed with them in a gracious and generous spirit. The same was true for the separatists who felt you ought to leave the Church of England. He opposed separatism but urged all holding the Reformed faith to maintain spiritual unity in the gospel of grace. In this really catholic attitude Hildersham is an example for today.
Rowe closes her biography of Hildersham with the following words: ‘His watchword was soli Deo Gloria. Ours should be the same.’ I heartily agree with that. 

Lesley A. Rowe, The Life and Times of Arthur Hildersham. Prince among Puritans (Grand Rapids: Reformation Heritage Books, 2015) 210 pp., hardcover, $28,-- (ISBN 978-1-60178-222-9).