maandag 26 september 2016

Dr. John Kennedy (1819-1884) . Een negentiende-eeuwse Evangelical uit de Schotse Hooglanden


John Kennedy was een van de grootste negentiende-eeuwse predi­kers van het Evange­lie van de genade Gods in de Schotse Hoog­landen. Hij werd op 15 augustus 1819 in de pastorie van Killearnan in Ross-shire geboren, was de vierde zoon en werd naar zijn vader ge­noemd. Hij had het voorrecht godvrezen­de ouders te bezitten en kwam in zijn omgeving velen tegen die de Heere kenden en vreesden.
Zijn eigen vader was een begaafd en begena­digd predi­ker. Deze was onder ande­re bevriend met Lachlan Mackenzie, de predikant van Lochcarron, en met John MacDonald, die verbon­den was aan Ferintosh, een plaatsje niet ver van Killearnan. 
Op Avondmaalsdiensten plachten de genoem­de predikanten zijn vader te assisteren. Zo mocht John van jongsaf aan het Evangelie in betoning des Geestes en der kracht horen predi­ken. Hoewel dit alles hem als opgroeiende jongen niet onberoerd liet, bleef hij in de geestelijke duis­ternis, waarin van nature ieder mens verkeert.
Na de plaatselijke basisschool te hebben doorlopen, ging hij op ong­eveer zeventienjarige leeftijd naar de universiteit van Aberdeen. In 1840 haalde hij daar zonder moeite de graad van "Master of Arts". In navolging van zijn vader begon hij zich nu aan de studie van theolo­gie te wijden. Hij hield van lite­ratuur en eenn van zijn studiegenoten vertelt dat hij opging in de romans van sir Walter Scott.
De gerefor­meerde leer was voor hem zeer zeker nog geen zaak van het hart. Ongetwijfeld heeft zijn vader deze ontwik­keling met zorg gadegesla­gen. Wat zal hij voor zijn zoon gebe­den hebben! Pas na zijn dood werden deze gebeden verhoord.
Het sterven van zijn vader in januari 1841 bracht bij de jonge John Kennedy een geestelijke omkeer te weeg. Hij werd bekom­merd om de zaligheid van zijn ziel. Diep verdrietig ging hij naar Killearnan om de begrafenis bij te wonen. Zijn verdriet bracht hem ertoe zijn ziel voor de Heere uit te storten. 
De geestelijke ervaring die toen zijn deel mocht worden, heeft hij later onder drie aspecten gerangschikt:
1. Een onbeschrijflijke ziele angst vanwege het gevoel tegen God te hebben gezon­digd, en in het bijzonder dat hij geen gehoor had gege­ven aan de vermaningen en aanspo­ringen van zijn vader, met wie hij hier op aarde nooit meer zou kunnen spre­ken.
2. Een vurig pogen om niet in uiterste wanhoop aan Gods barm­hartig­heid weg te zinken door gedurig te bidden en over gedeeltes uit de Heilige Schrift te mediteren.
3. Een besef dat de weg van zaligheid door Christus in het Evangelie was geopend zelfs voor de grootste der zondaren.
Na de begrafenis van zijn vader was het duidelijk dat de jonge John Kennedy door Gods genade een nieuw mens was geworden. John Kennedy kon over het sterven van zijn vader het volgende schrij-ven: "Ik kan de herinnering aan dat verlies dragen, omdat ik de vaste hoop mag hebben dat zijn dood het middel was ons aan elkaar te verbinden met banden die nooit verbroken worden."
John Kennedy was niet gewoon om veel te zeggen over de omkeer die hij ervaren had. Uit zijn spreken en leven bleek evenwel duide­lijk dat hij een nieuw schep­sel in Christus geworden was. Hij was bovenal een man van gebed. Een van zijn hoorders zei: "Voor mijn gevoel gingen zijn gebeden zijn preken te boven."
In de tweede helft van de achttiende eeuw en in het begin van de negen­tiende eeuw kwam in Schotland de bijbelse, gereformeerde godsdienst tot nieuwe bloei. Plaatselijk en regionaal vonden meer-dere opwekkingen plaats. Binnen de nationale kerk van Schotland leidde dat tot grote spanningen, waarbij zowel de leer als de verhouding tussen kerk en staat een rol speelden.
De "evangelische partij" (Evan­gelical party) begeerde vast te houden aan het Evangelie van Gods genade zoals dat in de belijdenis­geschriften van Westminster (te vergelijken met onze Drie Formulieren van Enigheid) was verwoord. Daartegenover stonden de "gematigden" (Moderates). Deze waren sterk be­­­­­­­­ïnvloed door de geest van de Verlichting. Hun prediking was sterk moralistisch.
In 1843 kwam het tot een scheuring. Het overgrote deel van de "Evangelical Party" verliet de nationale kerk van Schot­land en vormde de vrije kerk van Schotland (Free Church). In de Schotse Hooglanden verbond de grote meerderheid van de bevolking zich met de Free Church.
In februari 1844 werd John Kennedy bevestigd als predikant van de gemeen­te van de Free Church in Dingwall. In 1870 mocht de Free Church van Dingwall een nieuw kerkgebouw in gebruik nemen. Op verzoek van John Kennedy werd de dienst geleid door Charles Had­don Spurgeon.
De nieuwe kerk kon de menigte niet bevatten en de volgende dag ging Spurgeon in de open lucht voor. John Kennedy heeft zijn leven lang in Dingwall ge­staan. Zijn invloed reikte tot ver buiten zijn standplaats. Voor vele duizenden is zijn bediening tot eeuwige zegen ge­weest.
Kennedy was niet alleen een groot prediker, hij heeft ook een aan-tal publicaties op zijn naam staan. In The Days of the Fathers in Ross-shire vertelt hij over het geestelijk leven van zijn geboorte-streek. Het slot van dit boek wordt gevormd door een beschrijving van het leven en de Evangeliebe­diening van zijn vader. The Apostle of the North is een bio­grafie van dr. John MacDonald, de predikant van Ferintosh. Vanwege zijn grote verdiensten verleende de universiteit van Aber­deen hem in 1873 een eredoctoraat.
In 1880 vertoonde John Kennedy de eerste symptomen van suiker­ziekte. 
Gaandeweg ging zijn gezondheid achteruit. Desondanks ging hij door met preken, zelfs toen hij terwille van zijn gezond­heid een reis naar Italië. Hij heeft Dingwall nooit meer gezien. Op de terugreis was hij, toen hij in het plaatsje Bridge of Allan aangekomen was, niet in staat om verder te reizen. Daar stierf hij op 28 april 1884.
John Kennedy predikte Jezus Christus in al Zijn volheid. Hij gaf geestelijke leiding aan verslagenen van hart. Met kracht deed hij een appel op de gewetens van hen die onbekeerd waren. Zonder enige reserve bood hij Christus aan om niet. Tegelij­kertijd be­tuig­de hij dat de Heere soeve­rein is in het zaligen van zonda­ren. Hij begeerde de volle raad van God te verkondi­gen.
In de tweede helft van de negen­tiende eeuw trad in de Free Church van Schotland verval op. De Schrift­kritiek deed haar in-trede. Arminiaanse invloeden werden ge­voeld. Tegen deze ontwik-kelingen in verdedigde John Kennedy het Evangelie van Gods vrije genade. Dit Evangelie geeft waarachtige troost wanneer de wet ons beschuldigt en de duivel ons benauwt. Er worden zondaren zalig, omdat de Heere het wil. Gods Raad zal be­staan en Hij zal al Zijn welbehagen doen.