maandag 5 mei 2014

Onderzoek naar de refozuil 1

Inleiding
Het is al weer enige tijd geleden dat we in het Reformatorische Dagblad konden lezen dat wetenschappers van de Vrije Univer­si­teit samen met reformatorische organisaties een onderzoeks-netwerk gaan opzetten om de zo­ge­noemde biblebelt te bestude-ren. Een aantal dagen daarna lichtten de bewuste onder­­zoekers dat voorstel toe. Zij stellen dat de reforma­to­rische gezindte gebaat is bij een veelzijdig onder­zoek door onafhankelijke academici.
Ik zou graag een paar opmerkingen en kanttekeningen maken en dat is dat er een aantal van we­tenschappelijke methodieken is, die elk zichzelf respecterend wetenschapper moet han­teren. Bij de ambachtelijke zijde van wetenschappelijk onderzoek komt de levensvisie van de onderzoeker niet tot nauwelijks aan de orde. Anders wordt het als het gaat om het totaalkader waarin onder-zoek wordt geplaatst. Dat geldt niet in de laatste plaats voor mensweten­schap­pen, geschiedenis en theologie.
Als iemand daar oog voor heeft gehad, is het Abram Kuyper, de stichter van de Vrije Universiteit. Hij sprak over tweeërlei weten-schap. Niet alleen in deze takken van wetenschap maar toch zeker daar is het goed dat een onderzoeker zich afvraagt, van zijn eigen levensbeschouwelijke uitgangspunten zijn, als was het maar om er zo van be­wust te worden dat dit mogelijk in onder-zoek leidt tot blinde vlekken in de zin dat feiten wor­den genegeerd of fout geïnterpreteerd.
 
Historisch perspectief
Als het gaat om het bewuste onderzoek hoop ik dat met name de historici hun werk goed doen. Er wordt gesproken over de refor-matorische gezindte. Nodig is echter dat dit begrip zelf kritisch tegen het licht wordt gehouden en in het juiste historische per-spectief geplaatst. Er wordt gewezen naar het pionierswerk van dr. C.S.L. Janse.
Naar ik meen vertoont deze socio­lo­gische studie juist op dit punt een zwakte. De uiterlijke kenmerken die daar gehanteerd wor­den om wat Janse (naar mij overtuiging) heel ongelukkig bevindelijk gereformeerden noemt, zijn al te zeer ingegeven door wat ten tijde van zijn onderzoek gemeengoed was voor de groep die hij be­schreef.
Een kenmerk dat niet gehanteerd wordt maar wel had kunnen worden, is de over­tui­ging dat men op de dag des Heeren van geen enkel vervoersmiddel gebruik mag maken. Had hij dit kenmerk wel meegenomen, dan was duidelijk geworden dat er toch minder con­ti­nuï­teit was in kringen waarin vol­gens zijn beschrijving zo goed als alles gelijk was geble­ven. Nog weer anders had het gelegen als het zingen van Psalmen en gees-telijke liederen in huiselijke kring en het hardop voorgaan in (vrij) gebed door het gezinshoofd als criteria waren gehanteerd. Dit waren zaken die de mannen van de Nadere Reformatie na aan het hart lagen.